

Wist je dat je hart maar liefst 100.000 keer per dag slaat? Als je het optelt, is dat elk jaar zo'n 40 miljoen keer. Je hart klopte zelfs al voor je werd geboren. En dat kloppen doet het niet voor niets: het hart speelt een centrale rol in je lijf en wordt daarom ook wel de motor van het lichaam genoemd.

Wat doet het hart?
Het hart pompt bloed rond. De hele dag door, elke dag weer. Het bloed stroomt door een netwerk van bloedvaten naar alle delen van je lichaam. Onderweg geeft het zuurstof en voedingsstoffen af en haalt het koolzuurgas en afvalstoffen op, zodat alle organen en spieren hun werk goed kunnen doen.
Waar zit het hart?
Het hart zit in je borstkas. Iets links van het midden, veilig achter je ribben, zodat het niet snel beschadigt als je valt of je ergens aan stoot. Het hart is een holle spier, ongeveer zo groot als je gebalde vuist. Een baby heeft een kleinere vuist dan een volwassene. Het hart groeit mee. Een volwassene heeft dus een groter hart dan een baby. Handige vuistregel.
Kamers, boezems en kleppen
Het hart is opgedeeld in een linker- en een rechterhelft. Elke helft heeft bovenin een boezem en onderin een kamer.
Het bloed komt het hart binnen via de beide boezems. De boezems pompen het verder naar de kamers.
Vanuit de kamers verlaat het bloed het hart: de rechterkamer pompt het naar je longen, de linker naar de rest van je lichaam.
Tussen de boezems en de kamers zitten kleppen. Het zijn een soort sluisdeuren die maar naar 1 kant open kunnen. Ze zorgen ervoor dat het bloed niet terug kan stromen naar waar het vandaan komt. Tussen de kamers en de slagaders zitten ook zulke kleppen.