Pasgeboren baby’s hebben één colablikje bloed in hun lichaam. Volwassenen hebben veel meer: vijf liter ongeveer. Dat is een halve emmer vol! Bloed bestaat uit vier verschillende onderdelen die elk een eigen belangrijke functie hebben: het bloedplasma, de rode bloedcellen, de witte bloedcellen en de bloedplaatjes.
HeartJump

Bloedplasma: vervoer van voedingsstoffen
Als je bloed een poos in een reageerbuis laat staan, zinken de rode delen naar de bodem en zie je bovenaan een gele vloeistof. Dit is het bloedplasma. Als het bloed langs de darmen komt, neemt het bloedplasma voedingsstoffen op. Tijdens de reis door het lichaam geeft het deze voedingsstoffen af aan de hersenen, organen en spieren. Het bloedplasma voert ook afvalstoffen af.

Rode bloedcellen: vervoer van zuurstof
Je bloed bestaat voor ongeveer 40% uit rode bloedcellen. Ze zien er uit als kleine platte schijfjes. Als het bloed langs de longen stroomt, nemen de rode bloedcellen zuurstof op. Tijdens hun reis door het lichaam geven ze de zuurstof af aan de hersenen, organen en spieren. De verbruikte zuurstof (koolzuurgas) brengen ze terug naar de longen, zodat je het kunt uitademen. Je bloed is rood dankzij de rode bloedcellen; zonder zou het geel zijn.  

Witte bloedcellen: soldaten
De witte bloedcellen zijn net soldaten. Ze komen in actie zodra bacteriën of virussen het lichaam binnendringen. Ze vallen deze ziekteverwekkers aan en verteren ze. Zo beschermen ze je tegen infecties en weten ze in veel gevallen te voorkomen dat je ziek wordt. Witte bloedcellen zijn groter dan rode bloedcellen maar je hebt er veel minder van.

Bloedplaatjes: levende pleisters
De bloedplaatjes zijn de kleinste soort bloedcellen. Toch hebben ook zij een heel belangrijke functie. De bloedplaatjes zorgen ervoor dat je bloed stolt op de plek waar je een wondje hebt. Als je je bijvoorbeeld in je vinger snijdt, klitten ze samen en veranderen ze in een wirwar van draden. Andere bloedplaatjes en bloedcellen blijven daarin vastzitten. Hierdoor ontstaat een korstje en stopt het bloeden.